“Ik probeer aan te voelen of ze het naar haar zin heeft”

“Ik probeer aan te voelen of ze het naar haar zin heeft”

Beatrijs van der Pas (53) gaat graag naar de waarderingsdagen van het Steunpunt Mantelzorg, hoewel ze de eerste keer met wat schroom over de drempel stapte. Haar dementerende moeder (88) woont in een verpleeghuis. “Wat stelt die mantelzorg dan voor? Anderen hebben het toch veel zwaarder?” Ze kreeg te horen dat haar verhaal nét zo belangrijk is.

“Mijn vader had ook dementie. Tot aan zijn dood, in 2012, hadden mijn ouders thuiszorg. Daarna wilde mijn moeder graag dichter bij haar kinderen wonen. Zij is daarom verhuisd naar verpleeghuis De Wijngaard in Bosch en Duin, waar ze op een gesloten afdeling woont. Mijn broer, zus en ik zijn haar mantelzorgers.

Geen herkenning
Ik probeer wekelijks naar haar toe te gaan. Het is steeds afwachten hoe de vlag erbij hangt. Helaas zijn haar goede dagen spaarzaam geworden. Als ik binnenkom, herkent ze me niet. Ik vertel haar telkens opnieuw wie ik ben, maar dat doet geen belletje rinkelen. Toch denk ik dat ze een band met mij voelt. Als ik naast haar kom zitten, vertrouwt ze me.

Hand vasthouden
Een gesprekje voeren gaat niet meer. Dé manier om contact te maken, is aanraking. Ze vindt het bijvoorbeeld heel fijn als we elkaars hand vasthouden. Een enkele keer legt ze haar hand ineens op mijn hoofd en voel ik nog wat liefde.

Naar buiten
Bijna altijd ga ik even met haar naar buiten, want daar hebben de verzorgers geen tijd voor. Verder probeer ik aan te voelen of ze het nog naar haar zin heeft. Als bijvoorbeeld het geluid van de televisie in de gemeenschappelijke ruimte keihard staat, bespreek ik dat met de medewerkers. Mijn moeder is een heel gevoelig persoon die slecht tegen lawaai kan. Zelf kan ze dat niet meer aangeven.

Meer praten
Met andere mensen praat ik weinig over de mantelzorg voor mijn moeder. Dat komt omdat haar situatie me zo aangrijpt. Misschien zou ik er toch meer over moeten praten, bijvoorbeeld met mijn broer en zus, want nu blijft alle verdriet in mij zitten.

Schatten van mensen
Wel ga ik naar de waarderingsdagen van het Steunpunt Mantelzorg. Daar ontmoet ik andere mensen in dezelfde situatie. Dat vind ik fijn. Op die dagen is er echt aandacht voor mij. De medewerkers zijn schatten van mensen. Ze luisteren ontzettend goed.

Net zo belangrijk
In eerste instantie durfde ik nauwelijks naar die waarderingsdagen toe te gaan. Ik dacht: mijn moeder woont in een verpleeghuis. Wat stelt die mantelzorg dan voor? Andere mantelzorgers hebben het toch veel zwaarder? Maar een medewerkster zei dat mijn verhaal nét zo belangrijk is.

Heel bijzonder
Tijdens de waarderingsdagen ben ik bij leerzame bijeenkomsten geweest met bijvoorbeeld een psycholoog en een trainer mindfulness. Zij vertelden hoe je als mantelzorger meer structuur in je dag kunt aanbrengen, en wat je kunt doen om er niet aan onderdoor te gaan. Daarnaast heb ik meegedaan aan ontspannende activiteiten, zoals een boottocht en een workshop portrettekenen. Ik ben zelfs met andere mantelzorgers een weekend naar een hotel geweest. Toen voelde ik me even heel bijzonder. Het ging echt om mij!

Missen
Als ik eerlijk ben, heb ik niet altijd zin om naar mijn moeder te gaan, vooral nu er nog maar weinig wederkerigheid is. Toch ga ik haar na een poosje altijd missen. Dan zit het alsmaar in mijn hoofd dat ik weer naar haar toe wil.

Genieten
Het blijft natuurlijk wel mijn moeder die daar in het verpleeghuis zit, met weinig mogelijkheden om zélf haar leven leuker te maken. Dus doe ik wat ik kan. Als ik alleen maar haar hand vasthoud, denk ik dat ze toch een beetje geniet. En dat ze merkt dat er nog veel van haar gehouden wordt.”

 

Deze website maakt gebruik van cookies om onze content beter op uw voorkeuren af te kunnen stemmen. Zie ook onze privacy verklaring. Akkoord